Books
Het Begin Deel 4
Mijn spullen zitten nog in mijn koffers en ik woon in Haarlem wat in de buurt ligt van de luchthaven Schiphol. Sinds er geen ander groot publieke vliegveld in de buurt is neem ik aan dat Fanny Schiphol bedoelde toen zij zei vanuit Amsterdam. Ik kijk even in de koffers en zie dat mijn kleren gewassen zouden moeten worden. Maar wat heb ik aan schone kleren tijdens een ramp vraag ik me af. Ik ben zeker dat er geen tijd is om de kleren in mijn koffers te wassen of om ze te vervangen met schone kleren. Maar voor de vlucht zal ik wel andere kleiding aantrekken. Daarna nog even een bakje troost en dan naar het vliegveld. Ik zit uit mijn favoriete beker te drinken en geniet van mijn koffie. Op de beker staat een foto van een familie die ik helemaal alleen heb gered tijdens de overstroming in Louisiana, een nasleep van de orkaan Katrina. Vader, moeder en twee leuke meisjes lachen mij toe vanaf mijn beker. Iedere keer dat ik naar de Vereinigde Staden ga zal ik het zieker niet missen de familie te bezoeken. Zulke bezoeken geven me de nodige kracht voor mijn moeilijke baan. Mijn werk voor GSU is meestal uitdagend niet alleen fysiek en mentaal maar het neemt ook vaak een hap uit mijn ziel. Als je van de ene ramp naar de andere rent zonder te stoppen ga je geestelijk kapot. Mijn vriend Marcos was bijna geestelijk gebroken omdat hij geen pauze wilde nemen en bleef doorwerken. Na slechts drie manden is het hem te veel geworde en ik heb hem sindsdien niet gezien en ook niets van hem gehoord. Dat is zes manden geleden geweest. Gelukkig heeft Fanny me op de hoogde gehouden ook al mocht dat niet van onze organisatie. Privacybescherming is belangrijk in de GSU maar Fanny weet precies hoeveel Marcos voor me betekent. Zelf is zij nooit ter plekke geweest tijdens een ramp maar zij is voor ons net zo belangrijk als een veilig thuis. Daarom heeft zij de regels een beetje uitgerekt en dat stel ik erg op prijs. Ik zit in mijn kleine eenvoudige keuken en realiseer me dat mijn koffie op is en ik nu echt moet vertrekken om mijn vlucht te halen. Ik pak mijn spullen en stap naar buiten. Het is donker en koud. Een koude wind komt vanaf de zee. Ik doe de deur dicht en stap in mijn auto. Twintig minuten later, mijn persoonlijk record, parkeer ik mijn oude auto bij Schiphol en loop naar de VIP-ingang.
Het Begin Deel 3
Het lukt haar niet vaak om een korte ‘a’ voor mijn naam te gebruiken. Nu kijk ik naar de tijd op het mobieltje. Fanny, ik ben pas een uurtje geleden thuisgekomen en lig nog maar 30 tot 45 minuten te slapen. En dat na meer dan een week met alleen maar af en toe een paar uurtje slaap. “Ben jij in Turkije geweest” vraagt zij daarna. Langzaam gaan mijn hersenen weer aan de slag en ik voel me meer mezelf worden. “Klopt” zeg ik en ga verder met: “De aardbeving was het ergste dat ik ooit heb gezien. We hebben vooral lijken opgegraven.” zeg ik heel somber. “Het spijt me Braam” zegt Fanny zielig. “Dank je. Maar er zijn ook mooie momenten geweest. Wij hebben tientallen kinderen gered en weer met hun families herenigd. Dat gaf ons kracht en dat zal ik nooit meer vergeten.”, zeg ik. “Hoi Bram”, zegt zij met een goede ‘a’. “Daar ben je weer. Dat is de positieve houding die ik zo prettig vind bij jou.”. Ze zucht even en gaat daarna door: “China heeft zojuist om hulp gevraagd”. “China? Dat meen je niet. Die vragen toch nooit om hulp.”, flap ik eruit. “Je hebt gelijk Braam. Maar nu is het blijkbaar zo erg dat ze zelfs hulp van buiten aanvragen.” zegt Fanny na nog een zucht “Zoals ik het heb begrepen heeft het heel veel geregend in Lanzhou. Dat is in de buurt van Peking als je in de dimensies van China denkt. Daardoor zijn volledige bergen vloeibaar gemaakt en zijn op de stad afgestroomd.”. Nu zucht ik omdat een modderstroom weinig overlevingskans betekent. “Onder deze omstandigheden snap ik dat zelfs China hulp nodig heeft.” zeg ik tegen Fanny. Nu vloeit ook genoeg Adrenaline door mijn lichaam en ik ben helemaal wakker. “Wanneer vertrek ik?” vraag ik aan Fanny. “Het positieve punt is dat jouw vriend Marcos daar ook zal zodat jullie eindelijk weer kunnen samenwerken.”. Nou, dat is werkelijk een hele opluchting voor mij. Werken met Marcos is altijd gezellig hoe slecht dan ook de omstandigheden. Ze onderbreekt mijn gedachte met: “Jij moet meteen vertrekken. Ik heb een vlucht voor jou geboekt. Je vertrekt vanaf Amsterdam in een uurtje. Ga jij maar door en ik zal je ticket op eerste klas veranderen omdat je hard slaap nodig hebt. Bel me vanuit het vliegtuig wanneer je uitgerust bent”. “Sí señorita así debe ser.”, zeg ik met mijn beperkte Spaans net zoals een soldaat zou hebben gezegd. Ze lacht kort en zegt zachtjes: “Tot straks Braaam”.
Het Begin Deel 2
Ik kijk verbaasd naar het voorwerp in mijn handen. Maar ik weet niet meer wat ik daarmee moet doen nu het niet meer trilt. In mijn hersenen voel ik het trillen nog net als een echo langzaam afnemen. Wat moet ik nu doen met dit ding? Terugbellen misschien? Hoe dan? Doelloos raak ik verschillende plekken op de mobiele telefoon aan. Opeens begint het trillen weer opnieuw en nu is het duidelijk dat ik de groene toets moet indrukken. Desondanks duurt het even voordat mijn dikke duim de toets bereikt. Pas na mijn derde verzoek veranderd iets op het scherm. Mijn hersenen reageren automatisch: ‘Met Bram’ zegt iets in mijn hoofd. ‘Met Éstefanie’ klinkt het vrolijk uit de luidspreker. ‘Waar in de wereld ben jij’ vraagt ze. ‘Ik ben net thuisgekomen en lag te slapen Fanny’, zeg ik. Ik noem haar altijd Fanny omdat ik Éstefanie soms moeilijk snel kan zeggen. Nog steeds heb ik het gevoel dat ik mijn gedachten niet kan vasthouden en dat ze heel moeilijk door stroop vertraagt lijken te zijn. Blijkbaar snapt Fanny dat er iets mis is en zij zegt na een korte stilte: “Word wakker Braam”.
Het Begin Deel 1
Iets klopt niet. Mijn gedachten stromen niet zoals ik het gewend ben. Waar ben ik nou? Ik wil mijn ogen opendoen maar die beveel die mijn hersenen geeft lijkt mijn ooglid niet te bereiken. Alle mijn gedachten lijken vertraagt en kleverig. Eindelijk zijn mijn ogen open maar ik zie nog steeds niets. Is het misschien te donker? Een constant gezoem dringt langzaam in mijn geest en vraagt mijn aandacht. Ik probeer te ontdekken waar het gezoem vandaan komt maar blijkbaar ben ik nog niet wakker genoeg. Misschien geeft de siroop in mijn hersenen te veel verzet. Eindelijk kan ik me bewegen en krijg iets te pakken: de donsdeken. Moeilijk draai ik me om, wat voor mijn gevoel enkele minuten duurt, en kom op mijn buik te liggen. Met mijn handen tast ik beide kanten op en vind een lamp. Net als een blikseminslag schiet het weer mij hersenen in waar ik ben: thuis. En net zo belangrijk, waar ik net vandaan kwam; een missie om aardbevingsslachtoffers in Turkije te vinden en te redden. Ik herinner me dat ik doodmoe thuiskwam en meteen in mijn bed viel. Blijkbaar heb ik mijn schoenen nog aan. Langzaam dringt het toe me door wat het gezoem betekent. Het moet mijn mobile telefoon zijn die, die gereserveerd is voor grote rampen. Ik tast nog even naar de schakelaar en doe het licht aan. Nu zie ik mijn mobile telefoon op de grond liggen, aan het trillen. Ik sta op als je uit het bed vallen opstaan kunt nomen en pak de telefoon. Meteen stopt het trillen.
Inhoudsopgave voor het Rampenboek
Boekomslag voor het Rampenboek
De eerste versie van de omslag van het Rampenboek (dank je ChatGPT 4o). Het kan nog beter maar voor nu is het goed genoeg.
Inhoudsopgave
Het Begin
Delen: 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12
Onder de Modder
Delen: 1, 2, 3
Kamp Opzetten
Delen: 1, 2, …
Een Onverwachte Redding
Delen: 1, 2, …
Preface for Rampen
For a long time, I have had a story in my mind that I think is worth telling. For whatever reason, I never got around to telling it. I have been trying to learn Dutch for the last couple of years. I went from reading (so similar to German, my native tongue, that I could grasp most everything very quickly) to understanding (took some more effort) quickly enough. However, speaking posed a problem, and before I had a language friend (Dutch: taalmatje), I didn’t really speak much. That changed quickly after some practice. I moved within the Netherlands and found a new taalmatje who recently started requiring me to write small texts before we meet so that we have something to discuss. Instead of writing about trite everyday events, I gave the book a go. This means that once a week, I write a small part of the book, discuss it with my taalmatje, fix the mistakes, and post it here. It will take some time before the trilogy will be finished. Until then, enjoy!